juli 7, 2017

Mineralen en spoorelementen, essentieel voor geestelijk en lichamelijk welzijn

Mineralen fungeren als katalysator voor vele biologische reacties in het lichaam, zoals het samentrekken van spieren, de transmissie van berichten via het zenuwstelsel, de productie van hormonen, het transport van zuurstof en energie, de instandhouding en herstel van weefsels en botten, de spijsvertering en de benutting van voedingsstoffen uit voeding. Alle weefsels en vloeistoffen in ons lichaam bevatten variƫrende hoeveelheden mineralen. Mineralen zijn bestanddelen van de botten, tanden, weke delen, spieren, bloed en zenuwcellen. Mineralen zijn essentieel voor een goede geestelijke en lichamelijke welzijn.
april 7, 2017

Chloor of chloride

Chloor is in het lichaam gebonden aan de mineralen natrium en kalium. Dit zijn zouten. Ze zorgen voor de vochtbalans in je lichaam. Ook is chloor onderdeel van het maagzuur. Aangezien voeding veel zout bevat, krijgt iedereen meer dan genoeg chloor binnen. Hoe krijg je het binnen: Chloride zit in bijna alle voedingsstoffen en dranken.
maart 7, 2017

Natrium

Het lichaam heeft natrium nodig voor de vochthuishouding van het lichaam. Daarnaast is natrium in combinatie met kalium belangrijk voor een gezonde bloeddruk, het doorgeven van zenuwprikkels en het samentrekken van de spieren. Natrium komt van nature in bijna alle voedingsmiddelen voor, maar is ook een bestanddeel van zout. De kans op een tekort aan natrium is klein. Van natrium heb je maar heel weinig nodig. De hoeveelheid natrium die in voeding voorkomt, is meer dan voldoende. Bij ernstige diarree kan een tekort aan natrium in het lichaam ontstaan en bestaat de kans op uitdroging. Extra drinken in combinatie met meer zout is dan nodig om het tekort aan te vullen.
januari 7, 2017

Kalium

Kalium is belangrijk voor een gezonde bloeddruk. Het zorgt voor de samentrekking van spieren en de geleiding van zenuwprikkels. De nieren houden de hoeveelheid kalium in het lichaam constant. Als het lichaam te weinig kalium heeft, scheiden de nieren zo min mogelijk kalium uit. Als er te veel kalium is, wordt dat voor ongeveer negentig procent uitgeplast. De rest verlaat het lichaam via de ontlasting.